Hoe werden vroeger landkaarten gemaakt?
Laatste wijziging: 13-03-2012
In het begin van de zestiende eeuw werden landkaarten vaak geschilderd. Het waren vogelvlucht-perspectieven van de landschappen. Kunstschilders schilderden de landschappen op basis van gegevens die zij van landmeters ontvingen. In de loop van de zestiende eeuw maakten ook landmeters landkaarten.
Landmeters zijn mensen die allemaal geografische metingen doen. Je ziet nu ook nog landmeters (met zo'n camera op een statief langs de weg) om bijvoorbeeld goede metingen te doen voor de aanleg van een nieuwe spoorlijn.
Vroeger hadden ze niet zulke meetapparatuur. Metingen deden ze toen door middel van de driehoeksmeting. De Nederlandse wiskundige Gemma Frisius (1508-1555) heeft deze methode voor het eerst beschreven. Een driehoek kan namelijk geheel berekend worden wanneer de lengte van de basis bekend is en de aanliggende hoeken. Voor het opmeten van de basis gebruikte de landmeter een Jacobsstaf of graadstok.Voor kleine metingen werd ook wel een meetketting gebruikt. Dit meetinstrument bestaat uit allemaal schakels.
Als orientatiepunt gebruikte de landmeter vaak opvallende gebouwen in het landschap, zoals een kerk of een molen.
Steden, dorpen, maar ook kerken werden vaak van opzij getekend op de kaart, in plaats van bovenaf. Zo vielen de kerken en steden extra op.
Bron: Erik Walsmit van Het Zuiderzeemuseum
Lees ook hoe nu kaarten worden gemaakt.
Over deze vraag
Ingediend door diedevierlingMotivatie:
Ik hou mijn geschiedenis opdracht over de cartografie tussen de periode 1500-1600. Daarin wil ik ook vertellen hoe kaarten vroeger werden gemaakt, maar dat ik heel moeilijk te vinden op internet.Daarom schakel ik jullie hulp in!!
Andere vragen uit deze categorie
Andere vragen uit deze categorie


